Het kind dat blijft: Over opgroeien als “liefdeskind” in een samengesteld gezin
Wanneer we spreken over samengestelde gezinnen, gaat de aandacht vaak – en terecht – naar kinderen die heen en weer gaan tussen twee huizen. Naar wat zij verliezen, moeten verwerken en telkens opnieuw moeten dragen. Dat verhaal mag gehoord worden.
Tegelijk merken we in onze praktijk met samengestelde gezinnen dat er nog een ander kind is, dat vaak minder zichtbaar blijft.
Het kind dat niet verhuist.
Het kind dat in hetzelfde huis blijft wonen.
Het kind dat geboren wordt uit de nieuwe relatie en vaak het label krijgt van het liefdeskind.
Voor de buitenwereld lijkt dit een bevoorrechte positie. Dit kind hoeft niet te pendelen, kent geen wisselende slaapkamers en blijft bij dezelfde ouders. En toch voelen we, wanneer we echt luisteren, dat dit verhaal niet vanzelfsprekend eenvoudig is.
In deze blog staan we stil bij dat perspectief. Niet om het zwaarder te maken dan het is, maar om het vollediger te maken. Omdat ook het kind dat blijft een eigen verhaal heeft.
Blijven in een gezin dat voortdurend verandert
In veel samengestelde gezinnen zijn (half)broers en -zussen er volgens een vast ritme: bijvoorbeeld een week wel, een week niet. Met hun komst verandert het gezin. Er is meer leven in huis, meer dynamiek, meer gedeelde aandacht. Wanneer ze weer vertrekken, wordt het stiller. Rustiger. Soms ook leger.
Voor jonge kinderen kan dit verwarrend zijn. Zij moeten telkens opnieuw schakelen, zonder dat iemand hen dat expliciet vraagt. Ze leren aanvoelen wanneer ze ruimte moeten maken en wanneer het gezin weer kleiner wordt. Ze passen zich aan aan een dynamiek die voortdurend beweegt.
Het kind dat blijft, verlaat het gezin niet.
Maar het neemt wél telkens opnieuw afscheid van wat net vertrouwd was.
In onze praktijk zien we hoe vanzelfsprekend kinderen dit vaak doen. Ze lijken flexibel, veerkrachtig en meegaand. En dat zijn ze ook. Tegelijk vraagt dit voortdurend aanpassen veel van een kind, zeker wanneer het nog weinig woorden heeft voor wat het voelt, of wanneer het kind gevoelig is voor overgangen, veranderingen, controle (denk aan gevoelige kinderen met een sterke wil, AD(H)D, autisme…).
“Jij hebt het toch goed?”
Deze “liefdeskinderen” worden vaak gezien als degenen die het “goed hebben”. Ze hoeven niet heen en weer. Ze kennen geen scheiding zoals hun (half)broers of -zussen. En dus lijkt het logisch om te denken dat hun ervaring minder zwaar weegt.
In de praktijk zien we hoe dit ertoe kàn leiden dat hun gevoelens minder ruimte krijgen. Verwarring, gemis of aanpassing blijven vaak onder de radar, juist omdat ze niet opvallen. Sommige kinderen leren hun gevoelens inslikken, omdat ze denken dat ze geen reden hebben om het moeilijk te vinden.
Waar hoor ik bij?
Naarmate kinderen ouder worden, kunnen er vragen ontstaan over identiteit en plek.
Heb ik één gezin of meerdere?
Zijn mijn broer en zus ook van mij als ze er niet zijn?
Ben ik hetzelfde als zij, of anders?
Dit zijn normale, gezonde vragen. Ze vragen aan ons als ouder(s) geen snelle antwoorden. Het belangrijkste is dat de ruimte er is om ze te kunnen stellen.
De kracht van verhalen: erkenning
Wat kinderen nodig hebben, is niet dat alles opgelost wordt. Wat ze nodig hebben, is erkenning. Dat hun ervaring gezien wordt, zonder vergelijking.
Voor jonge kinderen kan een verhaal daarbij helpen. Een kinderboek kan gevoelens verbeelden die nog geen taal hebben. Het kan zeggen: zo mag het voelen.
Het kinderboek “Waar is zus?” doet precies dat. Het nodigt uit tot herkenning en gesprek, zonder te willen sturen of oplossen. Het biedt een ingang om stil te staan bij de beleving van het kind dat blijft. Marijke Neckebroeck maakte dit boek om aan haar dochter duidelijk te maken waarom haar pluszus niet altijd bij hun woont.
Tot slot
Het “liefdeskind” heeft geen makkelijker of moeilijker verhaal dan andere kinderen in het gezin.
Maar wel een eigen verhaal.
En dat verhaal verdient ruimte.
Samengestelde gezinnen hoeven dit niet perfect te doen. Maar ze mogen wel leren luisteren, ook naar deze stille verhalen. De bereidheid deze verhalen serieus te nemen zijn goud waard.
Wil je dit verhaal samen met je kind verkennen?
Het kinderboek “Waar is zus?” biedt een warme ingang om gevoelens bespreekbaar te maken die voor jonge kinderen vaak nog moeilijk te verwoorden zijn. Het nodigt uit tot herkenning, zonder te willen sturen of oplossen.
Voor ouders, leerkrachten, opvoeders en professionals kan het boek helpen om samen stil te staan bij de beleving van het kind dat blijft en om daar op een rustige manier woorden aan te geven.
Je vindt het boek via www.creathink.be
Merk je dat de dynamiek in jullie samengestelde gezin vragen oproept?
Of dat het kind dat blijft of een ander kind in het gezin veel aan het aanpassen is?
Bij GelukkigSamengesteld begeleiden Evelien, Veerle en Els gezinnen die willen vertragen, begrijpen en opnieuw verbinding zoeken. In een intakegesprek kijkt één van hen samen met jullie naar wat er leeft, en naar wat helpend kan zijn voor jullie gezin, op dit moment.
Werken aan jullie samengesteld gezin?
Voelen jullie dat het tijd is om als een team jullie samengesteld gezin in handen te pakken? Samen creëren we dat warm nest voor iedereen in jullie nieuw gezin. Jullie leren moeilijke situaties samen aan te pakken.




